INhoud van de therapeutenopleiding

Leren werken met wat het lichaam laat zien
De zachte manuele technieken, ademinterventies en oefeningen die binnen deze opleiding worden geleerd, zijn de praktische uitdrukking van de visie.

We werken via het lichaam: met het skelet, de fascia (bindweefsel), de adembeweging en soms rechtstreeks met de aandacht. De ademhaling staat hierin centraal.
Daarnaast leer je hoe je een cliënt begeleidt: van het eerste gesprek tot de afronding van een sessie en het geven van passende oefeningen voor thuis.
Daarbij gaat het niet alleen om wat je doet, maar vooral om wat je tijdens het werken leert waarnemen en hoe je daarop afstemt.


Adem, lichaam en zenuwstelsel
Een belangrijk uitgangspunt is een vrije en gezonde adembeweging door de hele romp. Dit is iets anders dan wat vaak wordt aangeduid als ‘buikademhaling’.
We werken niet primair met het sturen, tellen of controleren van de ademhaling en ook niet met het oproepen van emoties. Het uitgangspunt is dat het lichaam leert om vanzelf functioneler, vrijer en natuurlijker te bewegen en ademen.

Een natuurlijke adembeweging en in het bijzonder de vrije beweging van het middenrif vormen een belangrijke ingang naar veranderingen in onze totale toestand van zijn.
De adem staat voortdurend in verbinding met alle gebieden van ons zijn.
Het is een uiterst actuele graadmeter van hoe het werkelijk met ons is. Ze kan in een fractie van een seconde veranderen en reageert voortdurend op wat er intern en extern gebeurt. Daarom is de adem binnen deze opleiding niet alleen een techniek of instrument. De adem is zowel ingang als informatiebron: een directe verbinding tussen lichaam, regulatie, bewustzijn en de manier waarop we in het leven staan.

Het lichaam kan soms al iets ‘weten’ voordat we ons daar bewust van zijn. Tegelijkertijd kunnen oude programma’s en beschermingspatronen blijven doorwerken, lang nadat de oorspronkelijke aanleiding of overbelasting verdwenen is.

Binnen deze opleiding kijken we daarom breder naar spanning dan alleen naar spierspanning.


Waarnemen en afstemmen
Een belangrijk onderdeel van de opleiding is leren luisteren naar de signalen van het systeem.
Naast instructies en oefeningen werken we met zachte manuele technieken aan de behandeltafel. Hierdoor kunnen bepaalde processen directer en soms sneller worden opgezocht en onderzocht.

Het tafelwerk is daarbij geen doel op zichzelf. Het geeft de cliënt de mogelijkheid om nauwkeurig te leren waarnemen wat er in het lichaam gebeurt.

Hoe reageert het systeem? Waar ontstaat meer ruimte? Waar komt juist meer spanning? Wat verandert er in de adembeweging, de spierspanning, de lichaamssensaties en de algehele toestand van zijn? Wat is passief zijn?

Als therapeut leer je steeds beter onderscheiden wat een interventie bij een bepaalde persoon op een bepaald moment teweegbrengt en daarop af te stemmen. Zo worden kennis en techniek gedragen door waarneming, intuïtie en ervaring.


Opbouw in vier modules
De Therapeutenopleiding bestaat uit vier modules die inhoudelijk op elkaar voortbouwen. Samen vormen ze een doorgaande ontwikkeling waarin het werken met lichaam, adem, zenuwstelsel, waarneming en bewustzijn steeds verder wordt verdiept en geïntegreerd.

Bekijk de opbouw en inhoud van de vier modules.