Visie en werkwijze
Niet de klacht, maar de voedingsbodem
Veel therapievormen beschikken over waardevolle technieken om klachten te beïnvloeden. Mijn ervaring heeft mij echter geleerd dat duurzame verandering vaak niet ontstaat door méér te doen of een patroon rechtstreeks te proberen te doorbreken.
Het is zinvoller om eerst de voedingsbodem van een klacht te onderzoeken en, voor zover mogelijk, weg te nemen. Dat kan voorafgaan aan of samengaan met andere vormen van behandeling, zoals gesprekken.
Daarmee bedoel ik de vaak onbewuste patronen van spanning, ademhaling, houding, waarneming en reactie die zich in de loop van het leven hebben ontwikkeld en overbodig zijn. We zijn eraan gewend geraakt. Soms merken we pas hoeveel spanning er was wanneer deze weg is. Door onnodige spanning en ruis te verminderen, krijgt het systeem ruimte om zichzelf opnieuw te reguleren. Daarna krijgen we een helder beeld van wat er werkelijk nodig is.
Het systeem bepaalt
De therapeut bepaalt niet wat er moet veranderen.
Het systeem van de cliënt bepaalt het tempo van verandering: wat eerst komt, wanneer iets aan de orde is en hoeveel verandering op dat moment mogelijk is. Het deel van onszelf dat grotendeels een eigen leven leidt, noem ik onze grote natuur.
Door deze werkwijze wordt het vermogen van de cliënt geactiveerd om de relatie met de eigen grote natuur te herstellen. De cliënt kan zich hiervan meer bewust worden en steeds meer in overeenstemming ermee leren leven.
We werken hierbij onder andere op het niveau van het autonome zenuwstelsel: een systeem dat grotendeels onbewust en buiten onze directe controle functioneert. Hierdoor kunnen we indirect invloed uitoefenen op automatische reacties en patronen die niet altijd met bewust denken of wilskracht te veranderen zijn.
De therapeut leert daarom niet om verandering te sturen of te forceren, maar om het proces van zelfregulatie te herkennen, te ondersteunen en te volgen.
Dat vraagt een bijzondere vorm van aanwezigheid: kunnen waarnemen zonder direct te willen ingrijpen, kunnen voelen zonder meteen te interpreteren en kunnen vertrouwen op een proces waarvan je niet altijd vooraf weet waar het naartoe gaat.
Wakker worden begint bij voelen
Lichaamsbewustzijn kent vele niveaus. Wanneer we onze ‘grote natuur’ van binnenuit steeds beter leren kennen en ermee leren afstemmen, verandert ook onze relatie met de buitenwereld. Wat er buiten ons gebeurt, hoeft niet langer ons hele referentiekader te bepalen. We gaan meer van binnenuit leven en kunnen ons juist daardoor beter afstemmen op wat er om ons heen gebeurt.
Daarin ligt voor mij een kern van deze opleiding: de verbinding maken vanuit het juiste referentiepunt in onszelf.
De therapeut kan deze ontwikkeling niet vóór de cliënt maken. Hij of zij kan alleen begeleiden vanuit een eigen doorleefde relatie hiermee.
Van regulatie naar bewustzijn
Wanneer oude en andere niet langer noodzakelijke patronen minder bepalend worden en het lichaam meer ruimte krijgt om zichzelf te reguleren, ontstaat er niet alleen meer rust.
Er ontstaat ook meer mogelijkheid om jezelf werkelijk te voelen en in jezelf te rusten.
Hoe subtieler we onszelf kunnen voelen door een fijnere afstemming, hoe meer bewustzijn mogelijk wordt. Het lichaamsbewustzijn kan zich steeds verder verdiepen en verfijnen.
Niet het oplossen van klachten staat dan centraal, maar het ontwikkelen van voorwaarden waarin herstel, bewustzijn en persoonlijke ontwikkeling zich kunnen ontvouwen.
Het is geen eindpunt, maar een doorgaand proces van steeds subtieler leren voelen, waarnemen en afstemmen. En uiteindelijk misschien wel het meest wezenlijke: steeds meer leren leven vanuit een eigen, doorvoelde afstemming met onszelf.